25 september 2011 - vijfentwintigste zondag afdrukken  Word-document






 


Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Ezechiël 18,25-28
Matteüs 21,28-32

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Twee zonen

 

Een man had twee zonen. Dat was een vertrouwd verhaalprocédé. Zo hoorden de mensen Jezus graag spreken. Men kende Kaïn en Abel, Ismaël en Isaak, Esau en Jakob... Jezus had nog gesproken over een goede vader met twee zonen. Het klonk vertrouwd, maar niet onschuldig. Want wat zit er als boodschap in deze parabel?

 

De hogepriesters en oudsten van het volk zaten verveeld met het parabeltje. Ze konden niet anders dan antwoorden dat het de tweede zoon was die de wil van zijn vader had gedaan. De zoon in wie zij zich niet konden herkennen. En dan kregen ze de volle laag. 'Hoeren en tollenaars gaan jullie voor in Gods koninkrijk.'

We zouden ons kunnen indenken dat de vader nog twee zonen had, over wie het verhaal niets vertelt. Hij kon een derde zoon hebben die weigerde in de wijngaard te gaan werken en Zijn weigering volhield. De toepassing ligt voor de hand: dat zijn de mensen die van geen godsdienst willen weten. En dat zijn wij dus zeker niet. De vierde zoon kon er een zijn die 'ja' zei tegen zijn vader en deed wat hij had beloofd. Wie zou zich niet graag in die zoon kunnen herkennen? Maar er zal niemand zijn die dat kan zonder zelfbedrog.

Maar we mogen de scherpe punt van de parabel niet afbotten. Zoals veel parabels is het een dwars verhaal. De wijngaardenier had maar twee zonen. De eerste maakte van zijn 'ja' een 'neen', de tweede van zijn 'neen' een 'ja'. Beiden deden ze het tegengesteld van wat ze hadden gezegd. We hebben niet veel zelfkennis nodig om ons in beiden te herkennen. Allen hebben we iets van de Farizeeën en van de hoeren en tollenaars, met een over en weer tussen 'ja' en 'neen', en 'neen' en dan toch 'ja'.

Je belooft te doen wat iemand je vraagt om van zijn gezeur verlost te zijn, maar je denkt er niet aan hem terwille te zijn. Je trouw naar de kerk, je zegt volmondig 'ja' en 'amen' op de gebeden in liturgische vieringen. Je zegt en denkt, kortom, dat je gelovig bent. Maar in de praktijk van je dagelijkse leven breng je er niet veel van terecht. Je bent als de eerste zoon die 'ja' zegt maar 'neen' doet.

Ook het omgekeerde zien we gebeuren. We herkennen de tweede zoon in mensen die zich niet, niet meer of halfslachtig christen noemen en toch Gods wil doen. Het kan ook ons geval worden. Wie van ons gedraagt zich niet vaak als een inconsequente christen? Maar het kan gebeuren dat een Johannes de Doper ons verwijtend toespreekt en dat we gehoor geven aan zijn oproep tot bekering. Dan gaan we de lastige consequenties van ons gelovig 'ja' niet uit de weg.

God voor wie de wijngaardenier van de parabel symbool staat, had een derde zoon over wie de parabel niets zegt. De mens Jezus die God zijn Vader noemde en van wie God zei 'mijn geliefde zoon'. Zijn 'ja' heeft hij nooit door een 'neen' afgezwakt. Hij aanvaardde alle consequenties, tot en met de dood aan een schandpaal. Toen hij in doodsangst bad dat die dood hem zou bespaard worden, zuchtte hij: 'niet mijn wil, maar uw wil'.

We kennen ook een dochter van God, Jezus' moeder, die ook een en al 'ja' geweest. Toen ze vernam hoe en van wie ze moeder zou worden, zei ze gewoon: 'De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.' Haar zoon heeft het haar niet gemakkelijk gemaakt, maar ze heeft haar ja-woord tot het einde toe volgehouden.

We doen er goed aan tot de verheerlijkte Christus te bidden 'Christus ontferm u over ons' en in het weesgegroet aan Maria te vragen dat ze zou bidden voor ons, arme zondaars. Arme zondaars zijn we. Geen booswichten, maar toch nooit zonder zonde. Mensen van goede wil, maar altijd te zwak om voluit en volhardend neen te zeggen tegen het kwaad en te kiezen voor het goede. Al te dikwijls is ons handelen in tegenspraak met onze woorden.

De wijnbouwer van de parabel had maar twee zonen. Iedereen van ons is ze allebei: heen en weer levend tussen ja en neen. Met mensen zoals wij moet God het werk in de wijngaard die onze wereld is gedaan zien te krijgen. We mogen het nooit opgeven en moeten elkaar helpen om onze beste vermogens in te zetten voor de bevordering van zijn koninkrijk: zijn wil die op aarde gedaan wordt zoals in de hemel.

B.J. De Clercq o.p.

Inspiratie is geput uit Eric Vanden Berghe, Van U is het Woord, Lannoo, Tielt 1999, p. 85-86, en Paul Schollaert, Zondagse woorden, Lannoo, Tielt 2008, p. 195-197.