|
|
|
|
| 4 september 2011 - drie-entwintigste zondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen:
Ezechiël 33,7-9
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
Hierover spreekt -met andere en eigen woorden - het evangelie van deze dag. Daarin wordt gezegd : als iemand niet wil luisteren naar een terechtwijzing, beschouw hem dan als een heiden of een tollenaar. Wij zouden zeggen : wie het welzijn van de medemens en de gemeenschap schaadt, getuigt van antisociaal of soms agressief gedrag. Wie bij zulk gedrag elke terechtwijzing in de wind slaat, moet vroeg of laat ter verantwoording worden geroepen. De evangeliewoorden zijn niet bedoeld om elkaar eens
flink de oren te wassen en de ander als antisociaal of slecht te
catalogeren. Voor dit sluimerend gevaar moeten wij ons bij deze
evangelietekst hoeden. Tot die levensstijl hoort o.m. bidden opdat wij gelovig kunnen volharden om de broederlijke gemeenschap in Jezus een beetje te helpen realiseren. Ieder verbond dat mensen sluiten om iets van die broederlijkheid waar te maken, is toch ook een verbond in de hemel. Wij moeten niet kijken naar wat anderen niet doen of fout doen. Wel naar wat wij in geloof samen kunnen doen. Het evangelie van deze dag stuurt er niet op aan dat mensen elkaar met regels om de oren slaan, dat ze elkaar in hokjes wegzetten of indelen naar goed en slecht. Alle wetten en voorschriften zijn toch samen te brengen in die ene zin : ‘Bemin je naaste als jezelf.’ Broederlijk vermanen kan maar goed gaan als het met liefde gebeurt. Want door een te vlug en te hard oordeel kunnen wij op iemands hart trappen. Misschien doen we dan de regels wel recht, zeker niet onze medemens. Wat er ook van zij, het grote en unieke kenmerk van de broederlijke Jezusgemeenschap is dat zij gedragen wordt door het samengaan van geduld en openheid, waarheid en verdraagzaamheid, erbarmen en eerlijkheid, rechtlijnigheid en begrip. Ieder heeft op zijn specifieke plaats binnen de Jezusgemeenschap de taak een levend appel te zijn tot eenheid en verzoening. Ieder draagt ook de verantwoordelijkheid om, waarheidsgetrouw en verdraagzaam, barmhartig en rechtlijnig, elke medemens voortdurend tot authentiek broederlijk leven te stimuleren. En als wij het individueel niet redden, laten wij dan de woorden indachtig zijn: ‘Waar twee of drie in Jezus’ naam samen zijn, zijn we sterker en geloofwaardiger.’ Herman Van Tumder o.p. Inspiratie: |