4 september 2011 - drie-entwintigste zondag afdrukken  Word-document






 


Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Ezechiël 33,7-9
Matteüs 18,15-20

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Binden en ontbinden

 

Klokkenluiders worden ze genoemd, mensen die gevoelige informatie over bedenkelijk gedrag van iemand met een bekende naam via lekken naar de pers in de openbaarheid brengen. Klokkenluiders kunnen niet rekenen op veel sympathie. Ze zijn allicht niet uit op sensatie, maar een privépersoon op die manier publiek in zijn hemd zetten, dat doe je toch niet zomaar. Maar sommigen doen het met de beste bedoelingen. Ze willen een gemeenschap of de hele samenleving dienst bewijzen met informatie over het bedenkelijk gedrag van privépersonen die van publiek belang is. Bijvoorbeeld over het drankprobleem of de gokverslaving van iemand die een belangrijke functie bekleedt.
Volgens het evangelie moet het er alvast in christelijke gemeenschappen anders toegaan. Zeker geen klokkenluiders!

 

In een christelijke gemeenschap (ekklèsia in het Grieks: 'gemeenschap van hen die samengeroepen zijn') zijn allen broeders en zusters van elkaar. De brief van Paulus aan de Romeinen begroet de christenen als 'u allen die God heeft geroepen om zijn heilige gemeente te zijn'. Maar niet allen in de gemeente zijn niet even heilig. Tussen broers en zusters is alles niet koek en ei. Er zijn broers en zusters die zich misdragen. Achter hun rug wordt kwaad over hen gesproken.

Wat doe je als over een van je broeders niet zonder redenen wordt geroddeld? Je kunt er je volledig buiten houden. Maar dan schiet je te kort in broederliefde. Het evangelie schrijft voor: laat je broeder niet aan zijn lot over. Zoek hem op en vertel het hem onder vier ogen. Als hij zegt dat hij een zuiver geweten heeft, weet je dat hij liegt en je zegt het hem ook. Houdt hij zijn onschuld vol, haal er dan enkele broeders bij die jouw bewering staven. Wijs hem terecht, doe hem schuld bekennen en probeer hem tot inkeer te brengen. Dan kun je het hem vergeven en heb je hem voor de gemeenschap behouden, zegt het evangelie.

Wat doe je met iemand die je onrecht heeft gedaan? Een goede advocaat zal je afraden direct naar de rechter te stappen. Ga liever naar hem toe, probeer het uit te praten en tot een minnelijke schikking te komen. Dat is veel minder omslachtig, veel efficiënter en je spaart veel geld uit.

Naar de rechter stappen heet in het evangelie een zaak voorleggen aan het oordeel van de verzamelde gemeenschap. Het is de laatste stap. Als de beklaagde koppig tegen de evidentie in onschuldig blijft pleiten, plaatst hij zichzelf buiten de gemeenschap. Hij wordt behandeld zoals men een heiden of tollenaar behandelt. Dit lijkt veel erger dan het is. We weten hoe Jezus omging met tollenaars en zondaars. Hij pleitte hen niet vrij van schuld, maar schuwde hun gezelschap niet, wel integendeel. Een broeder die door eigen schuld de gemeenschap moet weggaan, laat je daarom nog niet vallen.

Iemand die uit de gemeenschap is weggehaald en in de gevangenis gestopt (verstopt), mag je niet in de vergeetput laten vallen. De gevangenen bezoeken is een werk van barmhartigheid. Je moet het niet doen uit mededogen, maar om naar hen te luisteren en onbevooroordeeld in hun verhaal mee te stappen. Je kunt hen helpen om met hun verleden in het reine te komen. Zo kan het gebeuren dat je een broeder voor de gemeenschap behoudt.

Jezus verzekerde dat Hij in hun midden is als twee of meer mensen in zijn naam samen zijn.
Als we, gesterkt door die zekerheid, als gelovigen samenkomen, hoe gering in aantal ook, kunnen we de verrezen Christus in ons midden aanwezig stellen, ook zonder gewijde voorganger. We hebben ook geen kerkgebouw nodig. We spreken niet van een eucharistieviering, want dan zouden we vloeken. Maar we noemen onze samenkomst in elk geval een viering, want we mogen ook niet vloeken door Jezus' naam te verzwijgen of te vergeten.

We kunnen in Jezus' naam samenkomen om elkaar al biddend vergiffenis te vragen en te schenken voor wat we verkeerd hebben gedaan. We kunnen samen bidden en zingen, we kunnen Gods woord in de Schrift beluisteren en bespreken. We kunnen gaven meebrengen, we kunnen ze offeren door er een zegen over uit te spreken. We kunnen die gaven met elkaar delen, we kunnen ze bestemmen om uitgedeeld te worden aan anderen die er nood aan hebben.*

Jezus verzekerde dat in de hemel wordt bezegeld wat wij op aarde binden en ontbinden. Dat is straffe taal. We kunnen God dwingen! Een menselijke schuld is pas echt vergeven als God ze vergeeft. Maar zonder ons wordt zijn vergeving niet effectief, mensen voelen de vergiffenis niet. Als we een broeder of zuster zijn of haar schuld niet vergeven, zetten we Gods barmhartigheid schaakmat. Maar we roepen dan ook zijn oordeel over ons af als we in het Onzevader bidden 'vergeef ons onze schulden zoals wij anderen hun schuld vergeven'.

Laten we alles doen om te voorkomen dat we het Onzevader niet meer durven bidden.

B.J. De Clercq o.p.

* Ontleend aan een preek in het Dominicushuis: http://dominicanen.be/dh9juni.htm